Sleutelbewaarder

“Lekker ben jij.” De ex staat voor de deur en kijkt me woedend aan. Niets liever wil ik hem zeggen dat hij inderdaad weet hoe ik lekker ik ben maar hij ziet er niet uit alsof hij een grapje zou waarderen.

“ Ik herken me niet in het beeld dat je van me hebt geschetst. Als je zo nodig over me wilt schrijven, schrijf dan de waarheid.” Hij zet zijn voet tussen de deur waardoor ik mijn pogingen de deur dicht te doen staak.“ Dit is de waarheid. Jij stond toch vorige week opeens voor me te piepen over hoeveel spijt je had.” Ik hoor hem diep ademen. “Maar je hebt niet verteld waarom ik ben gegaan. Of wel?” Ik schud mijn hoofd ook al kan hij dat niet zien.

“Nou Chantal, ik zal het je vertellen. Op een avond kwam ik thuis en je had de gordijnen niet dicht. En toen zag ik je lachen naar de kinderen zoals je nooit naar mij deed. Je leek altijd het gelukkigste als ik niet in de buurt was.” Ik open de deur en duw tegen zijn borst. Dit is zo niet mijn waarheid.

“ En ik wist ook dat als ik binnen zou komen, je de lach op zou bergen. Dat je zou zeggen dat niemand recht had op je lach. En elke keer dat ik thuis kwam was  het alsof alle zuurstof uit de kamer werd getrokken. Het voelde alsof ik stikte. Ik was  de gevangene. En ik wilde niets liever dan dat jij me zou bewaken. Maar dat deed je niet. Je deed de deur open en zei “red je maar” maar na jarenlang denken dat jij de vrijheid was, wist ik niet wat ik moest doen. Ik hoopte dat je me terug op zou halen.” Ik zie de teleurstelling in zijn ogen, als een hond die denkt dat als zijn baas thuis komt hij uit zijn hok mag.

“En ’s avonds op de bank zat je altijd met je hoofd bij personages die alleen in je boeken woonden. Ik was de figurant in je boek. De voorbijganger. In het grotere geheel deed ik er misschien toe, maar ik wilde ook een keer de hoofdpersoon zijn. ” Hij slikt en ik zie hoe het had kunnen zijn. Waarom wil ik villa’s bouwen op  de puinhopen van mijn leven. Zodat ik beter uitzicht had op wat het leven nog meer te bieden had? Waarom was ik niet tevreden met het afgebakende hekje van mijn tuin en de horizon in de verte.

“ Misschien heb je gelijk. Ik weet het ook niet. Ik denk ook dat ik het gelukkigste ben, als ik de nabijheid van mensen ver weg voel.” Hoe leg ik hem uit dat ik niet weet hoe je iets moet bewaken waar je zuinig op bent. Dat ik bang ben de sleutels kwijt te raken, en dat ik daarom iedereen maar laat gaan.

“ Beloof me dat je mijn waarheid ook een keer schrijft.” Ik knik. Vandaag wil ik alles beloven. “Als je wilt schrijf ik je terug in mijn leven.” En heel even stel ik me voor dat we het zouden kunnen doen.

“ Ik ben nu in een ander boek het sleutelfiguur.” Ik zie nog net hoe hij lacht terwijl ik de deur voor zijn gezicht dicht doe. In de hal kijk ik naar het lege sleutelkastje. Zie, ik kan helemaal niets bewaren. Ik raak altijd alles kwijt.