Koffie zonder melk

Hij stapt de kamer binnen en ik denk aan het ondergoed in mijn lade. Zijde, kousen, dingen die ik nooit aandoe omdat ik niet weet wanneer je dat draagt. Vandaag had gekund of hij had erom kunnen vragen. Lades vol jarretels ingepakt in knisperend roze papier met plakband ter bescherming.

“Wil je” Ik klap mijn laptop dicht en loop naar hem toe. Je hoort mensen iets aan te bieden. Ik denk aan koffie en houd mijn adem in. Ik denk aan dat ik niet weet hoe je een beginnetje moet maken. Net als met plakband. Dat ik wil dat hij zijn kleren uitdoet, omdat ik dat na de koffie niet meer durf. Hij moet beginnen.

Hij kust me en kijkt me afwachtend aan.” Zeg iets. Gewoon een woord. Zeg of ik door moet gaan. ” Hij wacht en ik voel de zinnen beuken tegen mijn schedel. Ik kan pas lieve dingen zeggen als een ander begint. Ik kan pas iets geven als ik eerst iets krijg. Mijn lichaam trilt en ik denk aan het pak melk dat in de koelkast staat.

Hij zoent me opnieuw en even denk ik aan mijn zusje die zegt dat ik op saaie mannen val. Dat ik de mooiste mannen achter me aan heb, maar de suffe uitzoek. Aan mijn broer die vindt dat ik genegenheid terug moet tonen als een man me aanraakt en ik het ook wil.

Onhandig trekt hij mijn bh uit en ik zie mijn kloppende hart. Weggestopt in mijn vel. Een cadeau zonder eigenaar. Hij mag het hebben. Vandaag.

“Wil je een cadeautje?” De woorden blijven vastzitten in mijn keel. Hij trekt een wenkbrauw op. “Wil je koffie. Ik bedoel wil je koffie?” Hij knikt verward om mijn voorstel. “Melk en suiker graag.” Half bloot strompel ik naar het aanrecht en nu voel ik hoe naakt ik ben. Moet ik mijn kleren weer aandoen? Waarom zeg ik dingen die ik niet wil.

Zal ik hem zeggen dat hij leuk is voor een jongen? Of zou hij dat snappen door het feit dat ik tijd voor hem vrijmaak. Ik denk aan de melk die ik vanmorgen speciaal voor hem kocht. Moet ik dat zeggen? Dan zou ie weten dat ik aan hem gedacht had vanmorgen.

Terwijl ik koffie inschenk wrijf ik over mijn hart. Ik geef hem de koffie zonder melk. Hij neemt een slok en trekt een vies gezicht. Inwendig moet ik glimlachen. Mijn hart zit nog veilig ingepakt in knisperend papier. Te wachten tot iemand het plakband lostrekt. Hij mag het hebben. In elk geval vandaag. Maar hij moet t beginnetje maken. En tot die tijd zal ik hem niet laten merken dat ik aan hem dacht vanmorgen, bij het halen van de melk.

Geef een reactie