Ode aan de man in wording

“ Het ging goed.”  Hij stuurt het berichtje en ik slik verdriet van vijftien jaar weg. Dit is het keerpunt, tot hier hebben we het gered. Hij doet examen en ik probeer de tijd terug te draaien in mijn hoofd. Want toen hij werd geboren zag ik ons wandelen in het bos. Plakkerige dreumeshandjes die me zouden omarmen en een prepuber met wie ik spelletjes zou doen.

Waar ik de weg zag, zag hij de obstakels. Scheen de zon vertelde hij me dat het zou gaan regenen. En waar ik wilde leven, wilde hij dat niet. “ Ik hou van je.” Ik wis het berichtje want ik weet dat hij niet gaat antwoorden. Niet omdat hij niet wil, maar omdat hij niet voor mij gaat doen alsof. Want hij houdt niet van me. Het is een verbintenis tegen wil en dank en dat al vijftien jaar.

Maar wat ik niet durfde toe te geven deed hij jaren geleden al wel. “ Ik haat je mama, en ik wil ook dood.” Ik keek naar het kind dat mijn zoon was maar dat ik nergens herkende. Hij was alles wat ik niet wilde.

En plots besefte ik dat ik hem ook haatte. Dat hij nooit eens meedeed. Dat hij geen poging deed de wereld te begrijpen. Maar boven alles wilde ik niet meer vechten voor iets waarbij ik het altijd zou verliezen. Want ik verlangde liefde terug voor alles wat ik aan hem had geven.Hij moest meedoen in het plaatje dat ik had bedacht. Tot ik besefte dat hij een ander boek las. 

“ Als jij dood wilt, dan help ik je.” Ik wilde hem uitleggen dat de dood sowieso wel zou komen als hij geduld had maar ik slikte de woorden in. Als dat zijn wens was, was dat niet het offer dat moederschap dan vroeg? Ik had alles al verloren en was het niet teveel gevraagd dat hij ook van mij zou houden? Ik wenste hem. Hij mij niet.

“Echt?” Ik kan me nog zijn verbazing herinneren. Maar het was geen keus. Er waren geen opties meer over. Want ik kon hem niet dwingen dit leven leuk te vinden.

En nu zijn we met veel moeite vijftien jaar verder en doet hij examen. Mijn leven lang zag ik zijn potentie. Om te groeien als mens. Als hij maar de ruimte kreeg en ik het geduld om mijn verwachtingen aan te passen. 

Maar boven alles leerde hij mij vertrouwen te hebben.  In hem en in het leven. En dat alles goed is tussen ons. Anders goed, maar goed. En op mooie dagen ga ik wandelen en kijk ik lichtelijk jaloers naar ouders met dreumesjongens die wandelen in het bos.

“ Ik hou van je.” Ik typ het berichtje opnieuw, druk op verzend, wacht een half uur maar besef dan dat hij niet meer gaat antwoorden. Ik sluit mijn telefoon af en denk “ Als hij maar weet dat ik wel van hem houd, komt hij er later misschien wel achter dat we dan niet hetzelfde boek lazen, maar dat het uiteindelijk wel een trilogie was.” 

4 reacties

Muriel 9 mei 2019 Reageer

❣❣

Emile 9 mei 2019 Reageer

Dat is liefde!

Gert Omta 9 mei 2019 Reageer

Diep, verwarrend, en de enige liefde waar je niets voor terug
verlangt..onvoorwaardelijke liefde.

gerrit 4 juni 2019 Reageer

wat een gevoelig verhaal wat kan jij dat altijd opschrijven bewonder jou daarom

Geef een reactie